Hoe verander je de naam van een check


Wij raden aan om je checks zinvolle namen te geven. Om de naam van een check te veranderen:

  1. Ga naar de Checks weergave via de zijbalk.
  2. Klik op een check.
  3. Ga naar het tabblad Instellingen.
  4. Verander de naam van een check.
  5. Klik op OPSLAAN.

De Checks weergave in ZENSIE


In de Checks weergave vind je een lijst van alle sensoren en webchecks die gecreëerd zijn voor je organisatie. Hier kun je:

– De naam van een geselecteerde check veranderen

– Notificaties aanpassen

– Tags creëren

– Checks filteren

– Een check starten of pauzeren

– De status van een check bekijken

De monitoring frequentie aanpassen


Er zijn twee manieren waarop je kunt controleren wanneer en hoe vaak je sensoren data verzamelen.

  1. Tijdsvak monitoring

Om tijdsvakken in te plannen gebruiken we CRON taken. CRON is een expressie die je helpt om tijden en dagen te specifiëren om data te verzamelen.

Om een CRON taak te creëren, ga je naar de Checks weergave, klik je op een sensor check en kies je het tabblad Instellingen. Onder Geavanceerde instellingen vind je het CRON veld.

Als je bijvoorbeeld data wil verzamelen op doordeweekse dagen (van maandag t/m vrijdag) tussen 08:00 en 17:00, dan kun je de volgende expressie gebruiken:

Als je niet bekend bent met CRON expressies, kun je een online CRON converter gebruiken (bijvoorbeeld hier).

  1. Frequentie aanpassen

Om de frequentie van dataverzameling aan te passen, ga je naar de Checks weergave en klik je op een bepaalde check. Ga naar Instellingen, Geavanceerde Instellingen.

Het FREQUENTIE veld geeft aan hoe veel keer per uur een moeder data vraagt van een sensor. De standaard frequentie is 60 seconden, wat betekent dat er elke minuut data verzonden wordt.

Enkele veelgebruikte frequenties zijn:

– elke 5 minuten: hiervoor pas je de frequentie waarde aan naar 300

– elk uur: pas de frequentie waarde aan naar 3600

Op dit moment wordt een monitoring frequentie van minder dan een minuut door de meeste sensor apparaten nog niet ondersteund. Wanneer je probeert om de frequentie van zo’n sensor in te stellen op minder dan 60, krijg je de volgende waarschuwing te zien:

Tags gebruiken in ZENSIE


Tags worden gebruikt om sensor checks in groepen in te delen. Je kunt tags gebruiken om je lijst met checks te filteren, en ze helpen je om sneller en eenvoudiger de check te vinden die je zoekt.

Als je bijvoorbeeld sensoren geplaatst hebt op vergaderruimtes, kun je een tag maken om al deze sensor checks te groeperen. Zo hoef je, wanneer je alle sensoren die geïnstalleerd zijn in vergaderruimtes wilt vinden, enkel op de bijbehorende tag te klikken om de resultaten te filteren.

Tags creëren

Om een tag te creëren, ga je naar de Checks weergave en klik je op “+TAG CREËREN”. Voeg een naam toe voor de tag en klik op ENTER.

Tags toewijzen aan checks

Om een tag toe te voegen aan één of meer checks:

  1. Selecteer de sensor checks die je wilt taggen.
  2. Klik op TAGS TOEVOEGEN onderaan en selecteer de tag die je wilt toevoegen.

 

Checks filteren in ZENSIE


Om checks te filteren, ga je naar de Checks weergave.

In het menu aan de zijkant (in het Engels staat er: meanu), kun je checks filteren aan de hand van Tags, Locaties en/of Sensor types.

Als je in het voorbeeld hieronder bijvoorbeeld alle checks van de bezettingssensoren (Presence) in Prodock wilt zien, dan selecteer je Prodock onder Locaties, Presence en Sensor Type in het menu aan de zijkant: